woensdag 30 juni 2010

Op droeve toon (49)

- Dag Duifje.
- Dag Bennemans, waarom huil je zoveel?
- Dat weet ik niet, lieverd. Neem het begin van de Kol Nidrei van Bruch, daar moet ik altijd al om huilen. Ik weet niet waarom, maar het is altijd raak. Als het goed gespeeld wordt.
- Door Jacqueline du Pré.
- Het liefst door haar, ja. Die kan me met maar een paar noten ontroeren. Het gekke is dat ik dat niet heb met Glenn Gould.
- Die waardeer je.
- Dat is de beste pianist in de geschiedenis. Nou, hij heeft me wel zeer ontroerd, hoor. Er zijn verschillende Bach-stukjes, door hem gespeeld, waarbij hij me bijna tot tranen heeft gebracht.
- Hij heeft ook velen tot tranen gebracht. Maar welke muzikanten vind jij nou het beste? De muzikanten die je tot tranen kunnen brengen, of, zeg maar, de topmuzikanten zoals Glenn Gould?
- Dat kan ik niet zeggen. Waar het soms samenkomt, is in de Engelse renaissancemuziek. Vijfhonderd jaar geleden al gemaakt. Voor de katholieken, maar dat maakt me geen bal uit. Soms wordt die muziek gezongen door een koor uit Cambridge of Exeter, en dan doet het me niets. Maar je hoort The Tallis Scholars en dan springen de tranen me in de ogen. Zo prachtig.
- Dus het is de schoonheid waarvan je gaat huilen?
- Ik moet vrezen van wel, ja. Ik ben ook wel een huilerig type, hoor.
- Ja, Bennemans, dat wist ik wel.
- Maar buiten de muziek om was ik...
- Een man van stavast!
- Dank je wel, lieverd. Ik heb nog een mooi stukje muziek voor je: van Nicolas Gombert.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen