donderdag 1 juli 2010

Op droeve toon (50)

- Dag Duifje.
- Dag Bennemans.
- Hé, normaal stel je een vraag! Wat is er met je?
- Ik weet dat je naar Alkmaar moest om die uitkering aan te vragen, Bennemans. Hoe is dat gegaan?
- Ik ben op de bus gestapt, en ik ben overgestapt op de bus naar Bergen, en ik kwam aan bij het gemeentehuis van Bergen en daar werd ik feestelijk onthaald. Goedendag, meneer Hoogeboom, we zijn blij dat u er weer bent. Kom verder.
- Tjèh.
- Een eindeloze sleeppartij was het, maar de ambtenaar die voor dit soort zaken geschikt is, heet: Susan Gosen. Verdomd waar. Ze begreep alles, deed nergens moeilijk over. Ze nam het gesprek tenslotte over door te zeggen: en nu de papierpartij! Ik had al mijn papieren natuurlijk bij me, dus die kon ze hupsakee kopiëren. Toen ze daarmee klaar was, ging ze nog even door. Ze had ons gezien toen jij je inschreef als Egmonder bij de gemeente. Ze vond ons zo’n geweldig stel. Ze had nooit kunnen voorzien enzovoorts.
- Je bent toch wel vriendelijk gebleven, Bennemans?
- Ja hoor. Op dat soort blijken van vriendschappelijkheid kun je toch alleen maar goed reageren?
- Nou, soms...
- Daar heeft je dood ook mee te maken, Duifje. Ik word minder cynisch. Vanzelf.
- All right. Wat heb je voor stukje muziek?
- Een stukje van John Dunstable.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen