donderdag 21 oktober 2010

Oefening voor briefschrijvers

Er kwam eens een mail binnen van een (aardige) mevrouw die haar mail aldus begon: Ik raak verdwaald ... U zult met me eens zijn dat je dat soort mails niet verder leest. Had ze geschreven: Ik raak niet verdwaald ...., dan had ik haar mail verdergelezen.
Voor een correspondentie heb je twee gelijkwaardige partijen nodig, wil ik maar zeggen. Je moet eens een keer een citaat gebruiken waarvan je weet: dat kent mijn wederpartij ook (A man without religion is as a fish without a bicycle, bijvoorbeeld) of dat zou hij moeten kennen.
Voor een langdurige correspondentie is nog meer noodzakelijk. Punt één: vertrouwen. Je wordt er niet ingeluisd, zoals jij de ander er ook niet zal inluizen, maar dat spreekt vanzelf. Ik bedoel met vertrouwen eigenlijk iets heel anders. Je weet hoe je zelf schrijft. Je weet ook hoe je wederpartij schrijft. Daar moet je, zeg maar, een beetje rekening mee houden. Vertrouwen op een goede afloop.
Het tweede punt: houd je nooit vast aan standpunten. Wel aan de elementaire, natuurlijk, je moet niet gaan zeggen dat negers niet kunnen werken, en dat  ook nog eens gaan illustreren met cijfermateriaal en statistieken. Je moet ook niet gaan zeggen dat het Vaticaan verantwoordelijk is voor 30.000 kindermishandelingen, want dan zit je volgens mij mis. Wel kun je met je wederpartij overleggen over hoe bijvoorbeeld Vlaanderen zelfstandig zou moeten worden. Hoe ze het aantal parlementen zouden kunnen afschaffen tot één parlement. Wat ze moeten doen met Brussel-Halle-Vilvoorde. Volgens mij zouden ze daar een Engels sprekende Europese gemeente van kunnen maken. Want wie spreekt er niet Engels?
Maar al dat soort dingen moet je niet te zeker op papier willen zetten. Gun ook je wederpartij een andere visie.
De Noorse garnaal. Welke? De Noorse. Het zijn deze diertjes die een feestelijk gevoel kunnen geven aan een langdurige correspondentie.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen