maandag 25 oktober 2010

Baudimius van Auvergne (2 januari)

- Dag Duifje.
- Dag Bennemans. Hoe houd je mij eigenlijk in ere?
- Met een foto in een wit lijstje. Dat staat op de boekenkast naast het raam. Er stond net een buurman voor mijn deur die zijn katje kwijt was. Het is zo’n witroodbruin gevlekt diertje. Hij dacht een geluid te horen (miauw!) dat uit mijn berging kwam. ‘Misschien is hij erin gekropen terwijl jij het niet zag.’ Ik dus met hem mee naar beneden, maar er zat geen katje in mijn berging. Hij gaat nu al die bergingen af, met een man of acht stonden ze daar bezorgd te kijken.
- Heeft hij dat katje nog maar kort?
- Ja, een maand of twee. Ik heb hem al eens gezien bij de supermarkt, hij durft veel en mag alles, zoals het hoort. Hij is helemaal niet mensenschuw.
- Een kat zoals wij die ook wel zouden willen hebben gehad, dus. Wat lees je nu zoal?
- Ik lees nu Een Fries huilt niet, dat is een soort roman van Gerrit Krol uit 1980. Je weet: er is maar één dichter, en dat is Gerrit Komrij. Er is maar één romancier, en dat is Gerrit Krol. Als je die twee leest, dan weet je dus hoe het moet. Krol schrijft bijvoorbeeld dit: ‘Ik durf zacht te wezen, omdat ik mijn zachtheid inbed in een sterk kader. Zo ben ik niet weerloos.’ IJzersterke zinnen. En dat boekje van maar 125 pagina’s heeft zoveel van zulke zinnen.
- Begin maar eens met je heiligen.
- Ja, we zijn dus op 2 januari aangekomen. De eerste de beste heilige die ik daar vond was  Baudimius van Auvergne, een geloofsverkondiger uit ongeveer het jaar 300. Het bisdom van Clermont hield of houdt nog steeds vol dat ze overblijfselen van de man hebben (splinters van zijn schedel...). Zeker is wel dat ze zijn reliekschrijn nog hebben, waarvan men de ogen oorspronkelijk  mechanisch kon laten bewegen.
- Jammer dat dat niet meer kan, die kitsch.
- Inderdaad. Katholieke kitsch. Alles om de mensen de ogen te doen sluiten. Dat wist de kerk al vroeg.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen