Posts tonen met het label Geert Wilders. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geert Wilders. Alle posts tonen

zondag 20 maart 2011

Vlák erna

Vlák nadat Max Molovich met zijn vrouw I. en hun zoontje M. vanochtend vertrokken waren (ze waren langsgekomen voor een bliksembezoek. Ze zeiden dat hun zoontje nog niet kon praten, terwijl ik toch meerdere lettergrepen kon herkennen, bijvoorbeeld toen hij allerlei snoeren en toetsenborden uit een kastje wist te grijpen) voltrok zich het volgende. (Ik moest ook mijn televisietoestel weer herstellen, want daar had de kleine man ook aangezeten. Ik roep altijd hoera!, want ik vind de vindingrijke sloopzucht der jeugd niet iets om een brief over te schrijven aan Geert Wilders. Die heeft het trouwens al te druk met zijn eigen jeugdherinneringen.) Ze waren de deur nog niet uit, toen zich het volgende voordeed.
Ik woon in Egmond aan Zee, in een appartementencomplex op de zesde etage. Wie wel eens in Egmond aan Zee is geweest, weet dan wel ongeveer waar ik woon: in de Kennedyflat, vlakbij de zee. Ik pak het boek op waar ik in aan het lezen was (De zedeloosheid van Den Haag van J.G. Kikkert), en er wordt aangebeld.
Dus ik open de deur en ik zeg: ‘Komt u ook maar binnen!’
Binnen stappen: een oudere maar zeer aantrekkelijke dame en een wat jongere dame. ‘Koffie?’ vraag ik. ‘Graag!’ antwoorden zij, wat mij deed vermoeden dat zij geen lid waren van enige christelijke vereniging met zendingszucht.
‘Mijn dochter hier wil zelfmoord plegen,’ zei de oudere dame, ‘en mijn vraag aan u is: hoe moet zij dat doen?’
Er volgden enige plichtplegingen omtrent mijn vakmanschap op dit terrein, daarna begon ik mijn betoog: ‘Over het algemeen is het voldoende als men enige tijd nadenkt over de rol van Geert Wilders in het geheel. Dan wil men er wel uitstappen.’
‘Dat wil men inderdaad,’ zei de dame.
‘En de vraag is dan: hoe doet men het? Voor mijzelf zou ik zeggen: neem de zee. Die is nog redelijk koud, in deze tijd van het jaar. Kleed u enigszins en stap de zee in, totdat u tot uw borst in het water staat. Doe dit ’s avonds of ’s nachts, want het is niet nodig dat iemand u opmerkt. U zult zien dat u na een kwartier in het water staan, flink bent onderkoeld. Een paar minuten later bent u dood.’
‘Is het zo makkelijk?’
‘Ja mevrouw, zo eenvoudig is het.’
‘Wel.’ (Ze richtte zich tot haar dochter.) ‘Ik hoop dat je meegeluisterd hebt, lieve kind.’

woensdag 24 november 2010

Ik ben dus op zoek gegaan

... En zo ging ik naar de Achterdam in Alkmaar. Ik vroeg verschillende vrouwtjes daar: noem mij iemand van 70 jaar of ouder die nog bij jullie komt, en die graag bij jullie komt. Dat leverde enkele gefronste wenkbrauwen op. ‘Kees den Ouden?’ zei Marga. ‘Die is bijna 65, maar die heeft wel wat voortstuwing nodig.’
‘Nee!’ zei de hoogblonde Merit, ‘Jan de Waal! Die is 74 en die krijgt hem nog best omhoog, hoor!’
En wat voor soort conversatie hadden jullie dan?
‘Tja, gewoon. Doe je broek omlaag, niet? Schiet een beetje op! Dat was het wel. Voor vijftig pietermannen kun je niet teveel conversatie hebben, tenslotte. Dan kwam hij wel, en vooruit!’
Het adres van Jan de Waal was gemakkelijk te achterhalen.
- Wij zoeken een premier, meneer De Waal.
- Dat kan ik me voorstellen! Dat Haagse zootje dat er nu zit, is niks waard.
- Wij dachten aan u, meneer De Waal.
- Aha!
- Wij dachten aan een vitale zeventiger die de mensen betoveren kan.
- Ik?
- Ja, u.
- Waarmee kan ik dan...?
- Met uw gestel, meneer De Waal. Zeventig ruim, maar nog steeds een doppie maken.
- O ja, een doppie, eens per week, daar maak ik tijd voor.
- En dat willen wij introduceren, ziet u, in de Nederlandse politiek.
- Oja.
- Jawel, meneer De Waal. U heeft nog een mooie kop met haar, maar het grijze schilderen we wit! En uw tanden maken we recht. En ook uw gezicht, daar zorgen we voor, uw ogen, dat die niet teveel gaan zakken.
- Oja. Dat ik geen kop krijg zoals die jongens van de Rolling Stones.
- Precies! Noem nu eens iets van uw politieke opvattingen.
- Ik vind over het algemeen die buitenlanders, die vind ik... te donker.
- En de homoseksuelen, meneer De Waal?
- Die jongens moeten natuurlijk niet gaan klagen, vind ik. Ze hebben hier de vrijheid. Dus.
- U bent aangenomen, meneer De Waal, voor de provinciale verkiezingen van maart!

woensdag 17 november 2010

Het verdriet van Nederland

- Daar zitten we dan.
- Daar zitten we inderdaad. Waarom zitten we hier?
- Nou, kijk. Ik wil niet het risico lopen om met een bijl of een emmer water of een spikeschoen lastig gevallen te worden. Ik wil ook niet dat er iemand door mijn brievenbus staat te pissen. Daarom zitten we hier, op deze anonieme plaats.
- Dat begrijp ik. En waarover wou je het hebben?
- Ik wou het hebben over een nieuwe politieke partij, Net Rechts. Want zoals het nu is, gaat het helemaal de verkeerde kant op.
- Je bedoelt, met die proeftuin van Geertje.
- Ja. Die verzamelt een stelletje criminelen en halve criminelen in zijn fractie. Hollandse kutjochies, zal ik ze maar noemen. Nou ja, Geert krijgt het nog wel op zijn bord, bij de volgende verkiezingen in maart. Wat hij had moeten doen, was natuurlijk: al die acht klootzakjes uit de fractie smijten, dan berouw tonen en opnieuw beginnen. Maar dat doet hij niet.
- Het schijnt belangrijk te zijn om één front, één falange, te blijven vormen.
- Ja. Maar laat het maar aan Geert over: dat PVV-zootje ongeregeld implodeert vanzelf wel. Daar hoeven ze geen kamerdebatten aan te wijden. Zo’n Hero Brinkman bijvoorbeeld, dat lijkt me een gaaf voorbeeld van een man die overal ruzie gaat zitten zoeken. Geef hem een borrel en hij heeft ruzie met Lucassen, met Sharpe, met Kraus of hoe heet die man ook.
- Die man met dat vieze haar.
- Ja. Met z’n dierenpolitie. Bah, wat een afzichtelijke vent.
- En wat wou je nu doen met dat Nette Rechts?
- Eerst en vóór alles: een betrouwbare partij-organisatie opzetten. Jij kent de mensen in de wereld van de bouw en de wegenbouw. Dat zijn nette mensen, over het algemeen, die daar tijd in kunnen steken. Zoek in die kringen ook eens naar een fatsoenlijke man die onze lijsttrekker zou kunnen worden. Stuur hem naar mij toe, dan praat ik met hem. Zeg maar, het type Elco Brinkman. Het type dat wel verzoenende taal kan uitkramen, maar die pal staat voor...
- Ik weet wat voor type je bedoelt.
- Mooi. Het moet een type zijn dat de VVD, het CDA en de PVV opvreet, eenvoudig door zijn netheid.
- Ik zal eens rondkijken.
- Hoor jij wat?
- Nee.
- Ik dacht dat ik iets hoorde. Dáár! Ze zitten aan de deur te rammelen! Kijk eens door het raampje!
- Goed. Ik zie wat volk dat staat te schreeuwen, even horen. Ze schreeuwen: ‘Geert bezeerd!’ Ze hebben rieken en harken bij zich, en ze lijken vrij kwaad.
- Zeg ze maar: ‘Hoepel op! Jullie maakt onze kinderen nog wakker!’
- Oké. HoepSNOK! KindeKABAUW! WakDOING!
(U ziet wel: de oprichting van Net Rechts is niet geheel zonder problemen verlopen. Maar wij staan nog steeds recht overeind. ’k Heb u lief, mijn Nederland, ’k heb u lief, mijn Nederland!)