- Dag Bennemans, er was vanmiddag iemand die zei: waarom ga jij in dat Huis der Gekrenkten zitten? Die had het verkeerd gelezen.
- Die had het inderdaad verkeerd gelezen. Die gekreukten zijn wijzelf, dat is wel duidelijk. Maar gekrenkt zijn wij nooit en zullen wij ook nooit worden. Gekrenkt zijn, dat is meer iets voor onze vrienden, de christenen en de moslims.
- Daar moet je respect voor hebben.
- Sprak zij suikerzoet. Nee, respect hebben voor een geloof dat iemand toevallig aanhangt, is mij vreemd. Respect moet je verdienen. En mijn respect verdien je wanneer je iets gepresteerd hebt. In de wiskunde bijvoorbeeld, of als schrijver of beeldend kunstenaar of als musicus.
- Maar een goede loodgieter verdient ook je respect?
- Die verdient ook mijn respect. Als iemand iets doet dat ikzelf niet kan, dan volgt automatisch respect. Nu kun je zeggen: die man of die vrouw is zeer katholiek. Dat kun jijzelf niet zijn. Maar tegenover die persoon voel ik geen respect, maar een zekere weerzin. Bijna een hekel heb ik aan zo iemand: waarom heb jij niet goed opgelet, vroeger, op school? denk ik dan.
- Er zijn misschien ook wel wiskundigen, die ook zeer christelijk zijn.
- Ik ken de namen niet, maar ze zullen er wel zijn. Maar zodra ze beginnen te praten over het geloof, krijg je weer dezelfde drammerige onzin te horen die je ook kunt horen van een dominee of een bisschop of een imam.
- Laten we de imams er buiten houden, want er zijn zeker geen islamitische wiskundigen, Bennemans.
- Nee, inderdaad. Maar dan krijg je te horen dat je dit of dat niet letterlijk moet nemen, maar overdrachtelijk. Of dat de bijbel, in essentie, een groots boekwerk is. Of dat de menselijke psyche, wederom in essentie, het hoogste is in het universum. Ik kan daar niet tegen. Het is gruwelijke clichépraat, en niets anders. Het is trouwens ook allemaal niet bewijsbaar.
- Ze leveren inderdaad nooit een bewijs.
- Wat ze wel zouden moeten doen.
