donderdag 29 april 2010

Ik begin toch maar weer eens

- Ik begin toch maar weer eens, Duifje.
- Waarom?
- Omdat ik dat schrijven mis. Of eigenlijk: dat denken.
- Dus na Ben Twijfelt en BBZ?
- Ja, Duifje. Daar ga ik gewoon mee door. Ik pik een clausje uit mijn vorige stukje, en daar maak ik een volgend stukje mee, ter voorkoming van een writer’s block.
- Ook weer elke dag?
- Nee, het hoeft niet elke dag te zijn. We moeten morgen naar de dokter en naar de gemeente, en ik moet ook Henk nog bellen, voor hulp bij het in elkaar steken van die garderobekast.
- O God, ja!
- Je spreekt Zijn naam ook uit met een hoofdletter!
- Sorry, Bennemans.
- Wij zijn ook atheïsten die er ons over verbazen dat er geloofd wordt dat nog maar zo kort geleden Iemand opstond om ons te vertellen wat we moesten doen. Wat we niet moesten doen, vooral. Waar we ons schuldig over moesten voelen. Pedofilie, bijvoorbeeld.
- Grr!
- O, daar wordt in de kerk anders over geoordeeld, hoor. Een beetje rotzooien en aanranden en verkrachten van jongens en meisjes door celibate geestelijken, dat mag wel. Maar het hele sprookjesverhaal van de christenen bevalt me niet. Dat is het beste uiteengezet door die Engelsman, hoe heet hij?
- Richard Dawkins.
- Juist. Hij zei: het hele evolutieverhaal gaat van zeer simpel tot ingewikkeld, van ééncelligen tot de mens. Of de beer, of het hert. Het wordt natuurlijk nog veel ingewikkelder, verwacht ik (tenzij er nog een keer iets vreselijks gebeurt). Als dat zo is — en niets wijst er op dat het niet zo is geweest, van simpel tot ingewikkeld — dan wordt het onwaarschijnlijk dat er 13,6 miljard jaar geleden een God geweest is, die het geregeld heeft. Als Hij er al was, in die begintijd van ons universum, dan moet Hij toch verklaard worden, zo’n groot en ingewikkeld leven.
- Dat kan niet verklaard worden, daar heb je gelijk in.
- Nee.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen