maandag 1 november 2010

Adelhard van Corbie (2 januari)

- Dag Duifje.
- Dag Bennemans, waar zit je nu aan te denken?
- Aan een paar dingen. Aan mijn interview met CvdP. Zij vindt allerlei dingen bijvoorbeeld fascinerend, bijvoorbeeld hoe de mensen lopen, praten, voorbijgaan etc. Dat vind ik doodgewoon, hoogstens is het evolutionair fascinerend. Dus ik denk dat ik haar gewoon moet laten zeggen wat ze zeggen wil, en later leg ik haar dan allerlei mooie zinnen en zinsdelen in de mond. Want de mensen moeten zo’n interview natuurlijk uitlezen. Dat is de minste eis.
- En waar zit je  nog meer aan te denken?
- Aan de dooien. Ze gaan als ratten, de gebroeders Van het Reve zijn al dood, W.F. Hermans, Jan Wolkers, Rudy Kousbroek, en nu ook Harry Mulisch. Over van die generatie zijn nog Hella Haasse, Hugo Brandt Corstius en Gerrit Krol. Dan heb je het wel gehad.
- Ik dacht dat je nooit zo van Mulisch’ werk hield?
- Nee, ik houd er ook niet erg van. Behalve van zijn korte verhalen en van De zaak 40/61. Ik herinner me een verhaal van hem over een ouder echtpaar in een Volkswagen, die bij de grens aankomen. Ze mogen de Nederlandse grens over, maar ze mogen de buitenlandse grenspalen niet voorbij. Zo zitten ze in een niemandsland. Wat ze daar verder doen, weet ik niet meer. En Sergeant Massuro natuurlijk. Schitterend verhaal.
- Ik heb die verhalenbundel van Mulisch zien staan in je boekenkast. Je moet ze maar weer eens gaan herlezen, vind ik.
- Ja, dat ga ik ook zeker doen.
- Wat voor heiligen heb je vandaag?
- Ik heb Adelhard van Corbie voor je. Een familielid van Karel Martel, Pepijn de Korte en Karel de Grote, dus geen kleine jongen. Maar o zo vroom, hè! Armoede, heiligheid en gebed, dat stond voor hem nummer één. Toen hij twintig was ‘verstootte’ Karel een vrouw en huwde hij met een 13-jarig meisje. Dat zinde hem niet en hij ging het klooster in. Toen hij twintig was.
- En dat geloven dus de katholieken.
- Ja. Nee, natuurlijk niet. Maar goed, we hadden de vorige keer een patroonheilige voor de banketbakkers, Adelhard is het – meer redelijk – geworden voor de tuinders en hoveniers, want hij begon in dat klooster met de zorg voor de kloostertuin.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen