maandag 27 december 2010

Kerst

Ik heb het niet zo op kerstverhalen. Ik ben er ook altijd te laat mee. Mijn kerst was dit jaar wit. Dus glad, dus gevaarlijk. Klaar. Ik zat alleen, ik zit nog steeds alleen. Vorig jaar was Alice er nog, met wie ik nog grapjes kon maken zoals: ‘Alice. Een boeuf bourguigne?’ Dan zei ze: ‘Uit welke periode?’
Het was ook onze gewoonte om over een vorige kerstperiode te vertellen. Ik heb vorig jaar verteld over de kerst van 1983. Mijn vader is 57 jaar oud geworden (mijn leeftijd nu), en hij is gestorven in het begin van 1984. Hersenbloeding, coma, einde.
Tijdens die kerst van ’83 lag mijn vader in het AMC te Amsterdam, in de Intensive Care. Een dokter daar vertelde ons dat mijn vader ‘een zeer zware ziekte’ had, en op mijn vraag of hij ooit zou wederopstaan, zei hij: ‘Vermoedelijk niet.’ Ik heb verder maar niet aangedrongen.
Ik zat met mijn moeder op een binnenplaats van dat AMC, en ik zei tegen haar: ‘We zijn geen gelukkige familie, is het niet?’ Ze zei: ‘Geluk is nu wel heel ver weg.’ Ze maakte een paar jaar later een eind aan haar leven.
Ikzelf ben in de jaren na ’83 depressief geweest, maar ik heb mezelf nooit vermoord, zoals u kunt lezen. Ik was ervoor ook al geregeld somber, hoor. De ergste jaren waren van 1983-1998. Dat ik mezelf niet van kant heb gemaakt, is een klein wonder.
Van mijn moeder heb ik die depressiviteit geërfd, van mijn vader de hartproblemen. Bijvoorbeeld dat ik naar de supermarkt loop, vanmiddag, en dat ik daar eerst een kwartiertje moet gaan zitten uitrusten  (afstand huis-supermarkt: ca. 200 meter), voordat ik de hoogstnoodzakelijke boodschappen kan inslaan.
Dan zit je daar, voor een raam, en dan komt er een kennis, Reier, naar je toe. ‘Zo Ben! Mooie kerst, niet!’ Ik kan hem nog antwoorden, want ik ben niet geheel zonder rapport: ‘Mooie witte kerst, ja, Reier!’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen