vrijdag 2 september 2011

Iets in mijn keel

Ik was gistermiddag in de poli van het ziekenhuis omdat er iets in mijn keel zat dat er niet uit wilde: een stukje kip. Ik had alles geprobeerd: mezelf tot kotsen brengen, veel water drinken etc., maar helpen deed het niet.
In de wachtkamer zaten een vrouw van ongeveer mijn leeftijd (‘maar dan iets jonger’) en haar ongeveer negenjarig zoontje. Ze zaten naast mij, ik ging zitten en zei: ‘Hallo.’
‘Die meneer zegt hallo,’ moedigde de vrouw haar zoontje aan.
‘Hallo,’ zei hij.
‘En hoe heet jij? Ik heet Ben.’
‘Zo heet mijn vroegere vriendje ook. Ik heet Gerard.’
‘Dan zul je wel vaak genoeg gehoord hebben dat je Géér genoemd werd, wed ik.’
‘Nee hoor. Ze noemen mij op school Peer.’
‘Ze noemden mij op school vroeger Kaas, en dat sloeg ook nergens op. En later, toen ik negentien twintig was, noemden ze me Hasj. Dat sloeg ook nergens op, maar ik had toen lang haar, en dan dachten ze dat ik wel hasj zou gebruiken. Dat denk ik tenminste. Maar waarvoor ben je hier?’
‘Ik heb een stuk vlees ingeslikt en dat zit nou vast.’
‘Aha! Ik zit met hetzelfde. Niet genoeg gekauwd en toch hupsakee doorgeslikt.’
‘Precies,’ was het stellige antwoord van het jongetje.
‘Dan ben je hier aan het goede adres, Gerard. Ze weten hier wat ze er aan moeten doen.’
‘Wat dan, meneer?’
‘Dat zal ik je zeggen, Gerard. Het klinkt eng, maar uiteindelijk is het heel normaal. Ze brengen een slangetje in je keel aan, dat klinkt eng natuurlijk, maar ze vragen dan eerst of je een verdoving wil hebben. Nou, daar heb ik nog nooit een verdoving voor willen hebben. Gewoon: als ze die slang in je keel stoppen, dan moet je niet je adem inhouden, maar juist inademen. Onthoud dat: stevig inademen!’
‘En dan?’
‘En dan duwen ze als het ware dat stuk vlees je maag in, en klaar ben je!’
‘En er zit niks aan die slang? Geen scherpigheid?’
‘Nee hoor. Ik heb het al drie keer meegemaakt. Inademen en dan zegt de zuster: goed gedaan, meneer.’
Opgelucht ging Gerard even later mee met een zuster, en nog opgeluchter keerde hij na vijftien minuten terug. ‘Oké!’ zei hij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen